Onze Haven – ‘De Ballentent’

28 oktober 2016
Wat eens een houten ‘pleuris-gebouwtje’ was, is als De Ballentent uitgegroeid tot een begrip in Rotterdam en ver daarbuiten.

Het is woensdagmiddag, zonnig en rustig op de Parkkade. Er schuift een containerschip voorbij. Een kleintje vergeleken met de kolossen die tientallen kilometers verderop in de havens van de Tweede Maasvlakte liggen. Aan de andere kant, tegen de rand van Het Park, staat een houten gebouwtje dat nog stamt uit de tijd dat hier vrachtschepen uit Azië, Amerika of Afrika afmeerden.

Ooit fungeerde het als douanekantoortje, later als examencentrum van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Na de Tweede Wereldoorlog werd het omgebouwd tot Café Maaszicht, een bruine kroeg waar havenarbeiders, zeelieden en handelaren elkaar ontmoetten. Omgedoopt tot De Ballentent, is de zaak inmiddels uitgegroeid tot een begrip in Rotterdam en de wijde omtrek.

Een eeuw havenhistorie
Kroegbaas René Keehnen zit, strak in het pak, aan een glaasje Chardonnay. Het vuistdikke reserveringsboek ligt voor hem. Hij heeft net een telefoontje gekregen van een bedrijf dat dagtochtjes organiseert voor senioren: of hij volgende week zondag plek heeft voor veertig personen? “Ja, De Ballentent is een ware trekpleister voor oudjes”, lacht hij. “Vanwege het uitzicht denk ik; je kunt op het terras fijn bootjes kijken. Mensen die vroeger in de stadshavens hebben gewerkt, komen hier ook graag. Het is een van de weinige overgebleven havenkroegen waar ze die ‘goeie ouwe tijd’ opnieuw kunnen beleven.”

Je hoeft maar om je heen te kijken om te zien wat hij bedoelt. Aan de muur hangen zwart-wit foto’s, schilderijen en attributen van de Holland-Amerika Lijn. Obers in gestreken witte overhemden en zwarte giletjes tappen perfecte pilsjes. En de gehaktballen die worden geserveerd, zijn zoals scheepskoks ze maken: een beetje plat om te voorkomen dat de bal bij een hoge golf uit de pan of van het bord rolt. Topkok Herman den Blijker heeft De Ballentent in het AD ooit omschreven als ‘ongesubsidieerde cultuur met een grote C’, en daar kan Keehnen zich wel in vinden. “Waar beleef je tegenwoordig nog een eeuw havenhistorie terwijl je kunt genieten van een biertje of ouderwetse gehaktbal?”

Simpele bootjes
Keehnen, begonnen als boekhouder van café Maaszicht in 1981, herinnert zich nog goed de eerste keer dat hij de zaak binnenstapte. “In die tijd stelde het niet zoveel voor. Een houten pleuris-gebouwtje was het. De vorige eigenaar heeft de boel opgesierd tot wat het nu is, en ik ben niet van plan dat te veranderen.” Hij werpt een blik naar buiten en vervolgt: “Het uitzicht is natuurlijk wel enorm veranderd. Vroeger was het hier één en al spektakel aan de kade. Nu zie je alleen nog simpele bootjes. Af en toe wordt er wel eens iets georganiseerd, zoals de Race of the Classics of de Wereldhavendagen. Dat zijn leuke evenementen, begrijp me niet verkeerd, maar niet te vergelijken met het échte havengebeuren.”

Hoewel de haven anno 2016 ver van de stad verwijderd ligt, rekent Keehnen de werklui die aan de haven verbonden zijn nog steeds tot zijn vaste klanten. “Vooral de kantoormensen uit de buurt komen regelmatig borrelen of een hapje eten. Zeelieden en de havenarbeiders, die de schepen lossen en laden, zien we steeds minder vaak.” Wat klandizie betreft, heeft Keehnen overigens weinig te klagen. Oud, jong, rijk, arm, een gemêleerd publiek lijkt zich hier thuis te voelen. Zelfs toeristen hebben De Ballentent ontdekt. Keehnen: “Op een gegeven moment begon het op te vallen dat er zo vaak Italianen aan de bar zaten. Wat bleek? We staan in de reisgids Lonely Planet Olanda! ‘Rotterdams beste eetcafé aan de waterkant’ worden we genoemd.”

Rotterdams ouwehoeren
Die eretitel hebben ze niet alleen aan de keuken te danken, weet hij. “Kijk, die ballen zijn natuurlijk hartstikke lekker, maar we bieden onze gasten ook een authentieke, Rotterdamse ervaring. Wat dat is? Een beetje ouwehoeren, opscheppen, zeiken, meezingen met Hollandse hits. Ja, dus ook die van André Hazes want dat is zonder twijfel de beste smartlappenzanger aller tijden.” De stamgasten aan de bar knikken instemmend.

En zoals het imago van De Ballentent betaamt, zitten de gasten en het barpersoneel niet verlegen om een grapje of een sterk verhaal. Keehnen weet er nog wel een: “Volgens de overlevering haalden enkele marinemannen begin jaren vijftig een stunt uit met De Ballentent. Ze wilden na sluitingstijd aan de bar blijven zitten, maar werden er onverbiddelijk uitgezet. Als ‘wraak’ legden ze een staaldraad om het pand en met behulp van het ankerspil van hun schip, dat hier aan de kade lag, trokken ze de hele kroeg een stukje richting het water. Ik dacht altijd dat dit een verzinsel was, maar een aantal jaar geleden kregen we bezoek van een oud-marinier die deze anekdote precies zo citeerde. Zo zie je maar, sommige sterke verhalen zijn gewoon waar!”